Epische beklimmingen van La Vuelta

De steile geitenpaadjes, het slechte wegdek en het onvoorspelbare weer: de ideale ingrediënten voor de mooiste wielerverhalen. La Vuelta kent veel van zulke verhalen over epische beklimmingen. De Passo del Mortirolo (Giro d’Italia) en de Mont Ventoux (Tour de France) zijn klimmen die bekend zijn onder het grote publiek, maar La Vuelta heeft ook een aantal beklimmingen waar renners tegen elkaar en de omstandigheden strijden.

Het Monster van Asturië

De Alto de El Angliru is een van de zwaarste beklimmingen die er te vinden zijn in het profwielrennen. Het steilste deel heeft een stijgingspercentage van 23,6% en is zelfs voor de echte klimmers een bijna onmogelijke opgave! De afgelopen jaren is deze klim meerdere malen opgenomen in het parcours van La Vuelta. Zo ook in 2002, maar door het slechte weer werd het geen heroïsche etappe zoals gehoopt. Door het gladde wegdek waren er veel valpartijen. Renner David Millar liet op een duidelijke manier weten wat hij ervan vond; net voor de finish kneep hij in de remmen, stapte van zijn fiets, haalde het rugnummer van zijn shirt en liet het op de grond vallen. Niet gek dat ze de Angliru ook wel ‘Het Monster van Asturië’ noemen.

Ordino Arcalis

Deze berg, in de dwergstaat Andorra, werd niet alleen tijdens La Vuelta beklommen, maar ook tijdens de Tour de France. In 2016 pakte Tom Dumoulin hier, tijdens de Tour de France, op heroïsche wijze de etappeoverwinning. Eerder in die rit werd al geklommen op de flanken van andere cols in de Pyreneeën. Tijdens de laatste beklimming van de dag, de Arcalis, gingen de hemelsluizen open en kwamen de hagelstenen met bakken uit de lucht. Onder loodzware omstandigheden komt Tom Dumoulin als eerste boven. Een bijzonder moment in de geschiedenisboeken van het Nederlandse wielrennen.

Lagos de Covadonga

De klim naar de gletsjermeren van Covadonga werd tijdens La Vuelta van 1983 voor het eerst verreden. Inmiddels is het bijna een vast onderdeel van de Ronde van Spanje. Het uitzicht boven is wonderschoon, maar daarvoor moet wel eerst flink worden geklommen. Tijdens de 13e etappe van La Vuelta in 1996, was de Lagos de Covadonga de laatste klim van de dag. Maar juist onderaan deze klim houdt de vijfvoudig Tourwinnaar Miguel Indurain het voor gezien. Hij knijpt in de remmen, stuurt naar de zijkant van de weg en weet dat hij zo Hotel Capitán passeert, de plek waar zijn ploeg die nacht slaapt. De tank was leeg, maar achteraf bleek dat er veel meer speelde op dit moment. Het bleek het einde van de carrière van Indurain.

Alto de Los Machucos

De Alto de Los Machucos is pas twee keer beklommen tijdens La Vuelta, namelijk in 2017 en 2019. In 2019 won de 20-jarige (!) Tadej Pogačar op de Alto de Los Machucos. In het eerste deel van de klim zit een stuk van 26%! Alleen al als je naar de renners kijkt, sla je steil achterover. Er zijn zelfs betonplaten met groeven aangelegd op de klim zodat auto’s grip kunnen houden. Het ‘geitenpad’ werd door de Spaanse pers aangekondigd als ‘rampas inhumanas’: onmenselijke hellingen. Gelukkig zijn wielrenners een beetje onmenselijk en weten zij deze beklimmingen te overwinnen.

Categorieën
Vuelta Historie

Founding partners van La Vuelta Holanda

Blijf op de hoogte!